Wiskundemeisjes

Mijn statistiekdocent zei het al: meisjes zijn niet goed in wiskunde. En hij was niet de enige die zo dacht. Er was ook wel reden om dit te denken. Uit een spraakmakend onderzoek uit de tachtiger jaren bleek dat de wiskundetoppers vooral jongens zijn. Ook onderzoeker Claude Steele zag dat meisjes bij de moeilijkste testen afhaken. Hij ging in zijn onderzoek verder met deze zware testen en vertelde de helft van zijn proefpersonen dat meisjes het slechter gaan doen als de testen moeilijker worden. De andere helft maakte hij wijs dat deze testen geen verschillen laten zien tussen meisjes en jongens, ook de moeilijkste niet. De resultaten waren navenant: de meisjes die hoorden dat ze even goed waren, maakten dat waar; terwijl de meisjes uit de andere groep het slechter deden.

Lees verder Wiskundemeisjes

‘Ik schaakte als een man.’

In 2015 beweerde schaakgrootmeester Nigel Short dat zijn vrouwelijke equivalent niet bestaat: vrouwen hebben niet de juiste hersenen voor het schaakspel. Wereldwijde ophef ontstond, zoals altijd na zo’n soort opmerking. Maar is het wáár?

Schaken is een intellectuele sport die vooral door mannen wordt gespeeld en waarin vooral mannen uitblinken. Slechts 5% van de geregistreerde schaakspelers en maar 1% van de grootmeesters is vrouw. Als schaken veel meer wordt gespeeld door mannen dan door vrouwen, dan is het niet meer dan logisch dat onder de uitblinkers ook meer mannen zijn. Dit verklaart al bijna het hele verschil. Maar kunnen vrouwen überhaupt ook schitteren? Als voor schaken mannenhersenen nodig zijn – wat dat ook moge zijn – dan zou dat niet moeten kunnen.

Lees verder ‘Ik schaakte als een man.’