Woorden aan het werk

‘Woorden aan het werk’ van Deborah Tannen. Ik vond het 25 jaar geleden een inspirerend boek over de verschillende manieren waarop vrouwen en mannen communiceren. Wat is er sindsdien veranderd?

Tannen beschrijft hoe vrouwen en mannen een andere gesprekshouding en spreekstijl hebben. Vrouwen zijn meer geneigd om te luisteren en verbergen hun kennis soms, terwijl veel mannen zich willen laten horen om hun kennis te tonen. Bij vrouwen draait het in gesprekken vaker om intimiteit en het steunen van elkaar, terwijl mannen voor status gaan en hun gesprekspartners willen overtroeven. Terwijl vrouwen luisteren, hun instemming tonen of vragen stellen; praten mannen, onderbreken ze anderen en vechten ze diens woorden aan. Vrouwen praten ook gemakkelijker over emoties en mensen dan mannen, die het liever over de politiek, sport of zaken hebben.

Zo was het in het Amerika van de negentiger jaren. En hoe is het nu? 

De aandacht die er momenteel is voor mansplaining -mannen die je dingen uitleggen die je al lang weet – maakt duidelijk dat er nog steeds wel iets te verbeteren valt.

En om even in Amerika te blijven: tijdens het eerste presidentiële debat tussen Clinton en Trump, viel Trump haar drie keer vaker in de rede dan zij hem. In het tweede debat werd het zelfs 18-1. Op de sociale media leidde dit tot veel protest omdat vrouwen dit beeld herkenden.

Zelfs op internet uiten vrouwen en mannen zich verschillend, bijv. in discriminerende opmerkingen. Jonge mannen doen dit vaker, harder en directer dan jonge vrouwen. De vrouwen verschuilen zich eerder, en liken bijvoorbeeld opmerkingen van anderen. Mannen ergeren zich aan vrouwen en aan mensen van andere etnische groepen; vrouwen maken zich druk over mensen uit andere economische lagen en over het uiterlijk van mensen. Een computeranalyse van meer dan een miljoen berichten op Facebook laat zien dat vrouwen het over mensen en sociale onderwerpen hebben, terwijl mannen hun mening geven over politiek, zaken en sport. Mannen zijn vaker boos, vloeken of proberen anderen te overtuigen. Mannen hebben het liever over dingen, vrouwen over mensen, maar over politieke personen praten mannen juist weer wél veel.

Hoe vertaalt zich dat naar de werkvloer?

Al googelend ontdek ik dat de communicatieverschillen tussen vrouwen en mannen nog steeds een item zijn, veel trainingen besteden hier aandacht aan.

De verschillen worden als volgt verwoord:

  • Vrouwen zijn sterk in het lezen van lichaamstaal en het oppikken van non-verbale signalen, ze kunnen goed luisteren en zijn empathisch. Maar soms zijn ze te emotioneel, niet gezaghebbend genoeg en spreken ze meanderend (niet ter zake komend).
  • Mannen zijn sterk in hun fysieke aanwezigheid, hun krachtige lichaamstaal en het directe taalgebruik. Keerzijde is dat ze dan te bot en direct kunnen zijn, ongevoelig voor de reacties van anderen en te overtuigd van hun eigen gelijk.

Vrouwen maken zich figuurlijk kleiner en daardoor maken ze minder indruk. Dat vrouwen zich ook letterlijk kleiner maken – tenminste in de Westerse culturen – beschreef ik in een eerder blog.

Ander onderzoek laat zien dat vrouwen minder credits krijgen voor ideeën dan mannen die precies hetzelfde zeggen. Maar vrouwen zijn hier ook zelf schuldig aan; ze geven mannen meer eer als ze met hen hebben samengewerkt. Vrouwen onder elkaar doen dit niet.

Wat kun je er tegen doen?

Vrouwelijke stafleden in het Witte Huis hebben een manier gevonden om gehoord en gezien te worden. Ze versterken elkaar door de goede argumenten van een andere vrouw in de eigen woorden te herhalen, met vermelding van de naam van de eerste spreekster: ‘Zoals Anne ook al zei…’.. Zo voorkomen ze dat mannen er met het idee vandoor gaan. Ook een gespreksleider kan die rol op zich nemen.

Vrouwen kijken als ze uitgepraat zijn vaak onbewust een man aan, die het stokje dan van hen overneemt. Dit valt te veranderen. Ook is het belangrijk om niet steeds dezelfde vrouw de kastanjes uit het vuur te laten halen.

Vrouwen kunnen duidelijker zijn en aan hun lichaamstaal valt nog wel wat te verbeteren. Christine Lagarde houdt vaak haar handen in haar zij, met haar ellenbogen naar buiten. Zo maakt ze zich letterlijk breder en straalt ze meer gezag uit.

Mannen op hun beurt kunnen zich meer openstellen en empathischer reageren.

 

Maar ja, wij vrouwen willen graag aardig gevonden worden en dat ben je al gauw niet als je flink van je laat horen. Kijk naar Hillary Clinton, ook al was zij niet de dominante persoon in de debatten, ze werd door velen wel als dominant en onaardig gezien.

Woorden aan het werk – Bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *