Willen vrouwen wel naar de top?

Het afgelopen jaar heb ik in mijn blog aandacht besteed aan de subtiele belemmeringen voor vrouwen op weg naar de top. In een interview met topvrouwen over de vraag waarom Nederland nog geen vrouwelijke  premier heeft, worden er ook een paar genoemd. Vrouwen zijn meer resultaatgericht, hebben een minder groot ego en denken meer in teamwork, aldus Neelie Kroes. Vrouwen willen gevraagd worden, terwijl mannen uit zichzelf komen, zegt Hanja Maij-Weggen. Kloongedrag, vindt Jet Bussemaker: in vertrouwenscommissies zitten allemaal mannen en die kiezen voor kandidaten die op henzelf lijken, mannen dus. Misschien komt die premier er wel pas als vrouwen de rotzooi kunnen komen opruimen, zegt Guusje ter Horst (think crisis – think female).

Het heeft ook te maken met vooroordelen door het andere cultureel kapitaal van vrouwen en met een gebrek aan  rolmodellen.

Allemaal oorzaken die elk apart misschien weinig effect hebben, maar samen tot flinke gevolgen kunnen leiden. Stel dat er in een organisatie vijf niveaus bestaan, met op het onderste niveau evenveel vrouwen als mannen. Als de mannen dan 10% kans hebben om door te stromen naar het volgende niveau en de vrouwen 5%, dan verdubbelt op elk niveau het aantal mannen. Op het laagste niveau staat één vrouw naast elke man, maar op het hoogste niveau vindt elke vrouw 16 mannen tegenover zich.

Er zijn dus allerlei blokkades voor vrouwen op weg naar de top. Maar waar schort het aan bij de vrouwen zelf? Hebben vrouwen genoeg zelfvertrouwen? Hebben ze genoeg ambitie? Willen vrouwen eigenlijk wel naar de top?

Zelfvertrouwen

Vrouwen hebben minder zelfvertrouwen dan mannen. Ze solliciteren pas als ze zeker weten dat ze aan alle voorwaarden voldoen, terwijl mannen zichzelf al gauw goed genoeg vinden. Coaching gebruiken ze voor zelfontplooiing, maar mannen zetten dit in om alle aspecten van de organisatie in de vingers te krijgen.

Vrouwen krijgen voortdurend signalen dat ze minder of anders zijn. Ze zien meer machtige mannen dan vrouwen op de werkvoer. In de media wordt nog vaak de traditionele rol van vrouwen onderstreept en dat beïnvloedt het zelfbeeld vrouwen.

Vrouwen zijn onzeker als gevolg van de vooroordelen die ze meegekregen hebben. Onbewust spelen die vaak nog een rol, ook als ze zelf heel anders denkt. Vooral subtiele signalen werken. Duidelijk, expliciet seksisme heeft vaak een averechts gevolg: dan zetten vrouwen de hakken in het zand en verweren ze zich.

TopvrouwenHoe meer topvrouwen en hoe vaker media vrouwen en mannen gelijk behandelen, hoe zelfverzekerder vrouwen zullen worden.

 

Ambitie

Maar haken vrouwen niet vaak af? Hebben ze minder ambitie omdat ze arbeid en zorg willen combineren, of hebben ze misschien gewoon minder zin om zich het vuur uit de sloffen te lopen?

Vrouwen in het lagere management nemen relatief vaak ontslag omdat ze in hun organisatie minder kansen krijgen dan hun mannelijke collega’s. Talentvolle vrouwen missen een  carrièreperspectief binnen het bedrijf. Ook laten vrouwen zich weerhouden door de cultuur aan de top. Zij hebben geen zin in een cultuur die nog individualistischer,  competitiever en prestatiegerichter is en die nog meer tijdsdruk op hen zal leggen.

Carrièrevrouwen lopen zich het vuur al uit de sloffen. Niet alleen moeten ze vaak harder werken binnen het bedrijf om serieus genomen te worden, daarnaast wacht hun ook thuis nog het een en ander aan bezigheden. Uit wereldwijd onderzoek (2003) blijkt dat drie kwart van de vrouwelijke managers een partner heeft met een fulltime baan, terwijl driekwart van de mannen een echtgenote heeft die niet werkt. De situatie is ondertussen misschien verbeterd, maar ik vermoed dat er nog steeds grote verschillen zijn. Ook kiezen vrouwelijke managers er vaker voor om geen kinderen te krijgen

Vrouwen hebben in principe net zoveel ambities in hun werk dan mannen, maar zij zijn sneller bereid om die bij te stellen. Als hun kinderen of hun vriendschappen in het gedrang komen, gaan vrouwen eerder minder werken. Gekleurde vrouwen – die meer moeite hebben om aan de top te komen – hebben vaak heel veel ambitie.

Deeltijdwerk

Dit heeft ook te maken met de feminiene Nederlandse cultuur. We hebben zorgen hoog in ons vaandel staan. En dan gaat het niet alleen om zorgen voor anderen, maar ook voor jezelf. Het leven bestaat uit meer dan werken. We waren vroeger zo welvarend dat we het kostwinnersmodel konden invoeren: de man alleen verdiende genoeg om zijn gezin draaiende te houden. Door het minimumloon en sociale voorzieningen hoefden gehuwde vrouwen niet buitenshuis te werken.

Nederlandse vrouwen nemen een bijzondere positie in op de arbeidsmarkt. Tot voor kort werkten ze veel minder dan andere westerse vrouwen, nu staan ze bovenaan de ranglijsten. Maar: het zijn vooral deeltijdwerkers. Nederland gaat wereldwijd – met stip – aan top als het om deeltijdwerk gaat. Bijna driekwart van de vrouwen werkt in deeltijd. Vrouwen werken gemiddeld 27 uur. Ook de Nederlandse mannen, waarvan 21% in deeltijd werkt, lopen in dit opzicht ver vooruit op andere Europeanen. Het deeltijdwerk is in Nederland vaak zelfgekozen, ook door vrouwen zonder kinderen of met oudere kinderen.

Deeltijdwerk heeft nadelen. Het inkomen is lager en veel van de deeltijdwerkers zijn economisch onzelfstandig. De kans op doorstroming naar een hogere positie is kleiner en werken in deeltijd wordt ook als een verspilling van talent gezien. Vrouwen zouden meer moeten werken. Klopt, maar dan zouden we meer rekening kunnen houden met haar specifieke wensen. Een daarvan is dat mannen nog wel wat minder zouden mogen werken. Een betere verdeling van arbeid en zorg komt vrouwen, mannen en kinderen ten goede.

Illustratie Peter van Hugten
Illustratie Peter van Hugten

 

willen-vrouwen-wel-naar-de-top-bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *