Waar is mijn 300.000?

Onder de slogan ‘Waar is mijn 300.000?’ voert WomenInc campagne voor een betere beloning van vrouwen. Deze 300.000 is het bedrag dat een vrouw tijdens haar leven minder verdient dan een man, gebaseerd op het bruto uurloon van in loondienst werkende mannen en vrouwen.

Dit verschil is gedeeltelijk te verklaren doordat vrouwenwerk – werk dat vooral door vrouwen wordt gedaan – slechter betaald wordt. In de sector zorg en welzijn werken ruim 80% vrouwen, in de ITC, techniek, transport en logistiek halen vrouwen de 15% niet.

Waarom verdient iemand die de huizen van anderen schoonhoudt minder dan iemand die het vuil ophaalt? Waarom krijgt iemand die kinderen leert rekenen minder dan iemand die ons geld beheert? Waarom is techniek belangrijker dan zorg? Maar ook mannen die vrouwenwerk doen, worden beter betaald. Gaan vrouwen mannenwerk doen, dan daalt vaak de status van het beroep.

Overigens ligt het niet vast wat vrouwen- en mannenwerk is, dat verschilt per bevolkingsgroep. Ik werkte als adviseur voor landbouwprojecten in zuidelijke landen. Daar zag ik projecten fout gaan – we hebben het over de 90er jaren -, omdat ze geen rekening hielden met plaatselijke gewoonten over wat vrouwen en mannen hoorden te doen. Een Zuid-Amerikaans landbouwproject werkte met hoogland indianen die zich in het laagland gevestigd hadden, omdat de grond daar vruchtbaarder was. Naast landbouw begon de organisatie met de mannen een veeteeltproject, mannenwerk in het laagland, maar in het hoogland is vee het domein van de vrouwen. Een gemiste kans om ook vrouwen bij het project te betrekken. Een ander landbouwproject in Afrika ging grandioos de mist in omdat een groep mannen groots aanbood om een stuk land te bewerken – mannenwerk -, zodat hun vrouwen daar hun producten op konden verbouwen. Wat ze er niet bij vertelden, was dat de opbrengst van het land naar degene gaat die het voorwerk doet. Vrouwen kregen zo geen kans om iets meer te verdienen, terwijl het geld van vrouwen vaker het gezin ten goede kwam dan de inkomsten van mannen. Mannen- en vrouwenwerk, mannen- en vrouwengereedschappen en mannen- en vrouweninkomsten waren hier strikt gescheiden.

Nederlandse vrouwen werken vaak parttime en parttime werk wordt slechter betaald, ook weer omdat het ‘vrouwenwerk’ is, wat extra onredelijk is omdat vrouwen thuis al een onevenredig groot deel van het onbetaalde werk op zich nemen. Nederland is kampioen deeltijdwerken en nog steeds vindt 80% van de Nederlanders dat vrouwen met kleine kinderen niet meer dan 3 dagen zouden moeten werken. Waar blijven de vaders? Maar ook jonge vrouwen zonder kinderen werken vaker in deeltijd dan jonge mannen.

Slecht betaald vrouwenwerk en deeltijdwerk bieden een verklaring voor de loonkloof. Mannen hebben bovendien de beter betaalde banen. Recent bleek dat in de VS – toch een land met veel vrouwen in economische topposities – de topverdieners bijna allemaal man zijn. De 1% mensen met het hoogste inkomen verdienen een kwart van het totale inkomen. Maar 5% van deze topelite is vrouw, en in 15% draagt de vrouw bij aan het topinkomen in het gezin. Dit betekent dat de economische top, die ook politiek en sociaal heel machtig is, vooral uit mannen bestaat.

Ook als vrouwen en mannen evenveel uren met hetzelfde werk bezig zijn, blijft er een verschil bestaan. In Nederland is dit 6%. Vrouwen krijgen minder vaak dan mannen een gevraagde loonsverhoging. Dit komt voor een deel omdat vrouwen minder goed onderhandelen, maar vrouwen die wél weten te onderhandelen, wordt dit vaak aangerekend, ze zijn veeleisend. Ook zal ons traditionele beeld dat mannen thuis het geld inbrengen en de betere werknemers zijn nog meespelen in deze beloningsverschillen, zij het vaak onbewust.

In sommige sectoren is het verschil in betaling heel erg groot, bijvoorbeeld in de filmindustrie.

Overigens is de loonkloof in België veel kleiner dan in Nederland omdat er in België vaker collectief onderhandeld wordt over lonen. Loongegevens zijn er openbaar en er wordt bovendien minder parttime gewerkt. In Nederland werkt bijna driekwart van de werkende vrouwen parttime, in België 44%.

Wat kun je doen om vrouwen en mannen eerlijk te belonen? Vrouwen zelf hebben iets aan tips om beter te onderhandelen. Ook werkgevers kunnen het nodige doen; 60% van hen denkt dat er in hun bedrijf geen loonkloof is. Het zichtbaar maken van beloningsverschillen is dus belangrijk. De ‘Wet loonkloof man en vrouw’ die in de maak is, legt de bewijslast bij de bedrijven; zij moeten elk jaar met cijfers komen. Dit is een goede stap op weg naar gelijke beloning.

Waar is mijn 300000-Bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *