Sportvrouwen

De Nederlandse sportvrouwen doen het goed tijdens deze Olympische Spelen. Als je alleen naar de vrouwelijke sporters kijkt, zou Nederland derde staan in het medailleklassement (situatie 16 augustus 2016).

Waarom zijn er juist in Nederland zoveel vrouwelijke topsporters? En waarin verschillen ze van de mannen? Wat doet testosteron?

Nederland heeft goede sportvoorzieningen en een grote competitiedichtheid. Meisjes hebben onbeperkt toegang tot die voorzieningen. In veel zuidelijke landen is er minder geld beschikbaar. Ook zijn vrouwelijke sporters er niet zo vanzelfsprekend als in Nederland, het is voor vrouwen veel moeilijker om zich een weg naar het podium te knokken. In sommige landen mogen vrouwen zelfs niet als toeschouwer naar het stadion.

Hoewel Nederland tot nu toe twee keer zoveel mannen als vrouwen liet deelnemen aan de Olympische Spelen, veroverden de vrouwen meer medailles. Vooral sinds 2000 is dat verschil groot door het succes van die Spelen (Inge de Bruijn). Door deze rolmodellen voelen meisjes zich tot sport aangetrokken. Er gaat ook meer geld naar de vrouwen, want voor het focusprogramma van het Nederlandse Olympische Comité  krijgen de sporters met de beste kansen de meeste steun. Daardoor namen er dit jaar voor het eerst meer vrouwen dan mannen deel (56% vrouwen).

Er bestaan veel vooroordelen over vrouwelijke sporters. Onder mannen wordt er vaak wat lacherig over gedaan. Thijs Zonneveld rekent daarmee af in een column. Hij volgde een aantal trainingen van een topteam en roemt de professionaliteit van de vrouwen. Hij ziet veel meer hatelijkheid, egoïsme en onprofessioneel gedrag bij de mannen.

In verschillende sporten zijn vrouwen pas sinds kort tot de Olympische Spelen toegelaten. In sporten waar vrouwen al langer meedoen, worden de verschillen met de mannen steeds kleiner. Gemeten vanaf de jaren ’30 was het verschil bij de marathon 45%, tegen 10% nu. De honderd meter sprint ging van ruim 15 naar minder dan 10% verschil en de zwemsters op de 100 m. vrij zijn van 21% naar 11% gegaan.

Maar er zijn dus nog steeds verschillen. Hoe komt dat?

BodybuildrHet mannenlijf is gemiddeld groter, zwaarder en fysiek sterker. De verklaring daarvoor wordt gezocht in testosteron, wat voor sterkere spieren zorgt. Ook longen en hart krijgen daardoor meer capaciteit. Vrouwen die aan het mannelijke testosteronminimum zitten mochten daarom niet meedoen met de vrouwensporten (vrouwen hebben gemiddeld  0.5 – 2.7 nmol/t en mannen 10 – 35; vrouwen moeten onder de 10 blijven).

De Indiase atlete Dutee Chand vocht dit met succes aan: volgens het sportgerechtshof is deze testosteron-seksetest discriminerend voor vrouwen. Vrouwen met veel testosteron worden van de Spelen geweerd, terwijl die beperking niet voor mannen geldt. En wat doe je dan met lange benen of andere lichamelijke kenmerken die voordeel opleveren?

De regels zijn nu in Rio opgeschort omdat niet duidelijk is wat testosteron precies doet. In de tachtiger jaren werd een Spaanse atlete uitgesloten omdat de seksetest uitwees dat ze een Y chromosoom had. Destijds werd in de seksetest naar de chromosomen gekeken. Deze atlete had vrouwelijke geslachtskenmerken, naast (inwendig) mannelijke. Maar het lichaam van deze atlete maakte helemaal geen testosteron aan, ze had het androgeen ongevoeligheidssyndroom. Een topatleet zonder testosteron! Met haar Y chromosoom, waardoor ze faalde voor de chromosomen-seksetest, zou ze dus wel voor de testosteron-seksetest als vrouw geslaagd zijn.

Het testosteronpeil van mensen is ook geen constante, de ‘drive to win’ voert het peil flink op, tot ruim een derde boven het basisniveau. Dat gebeurt zowel bij mannen als bij vrouwen. Zelfs toeschouwers die graag willen dat hun favoriet wint, gaan mee in die testosteron-schommelingen. Deze testosteron-spurt werden eerder in verband gebracht met het winnen zelf: het winnaars-effect. Maar een atleet met de hoogste testosteronstijging, kan als laatste finishen. Het is dus niet zo dat degene die wint het meeste testosteron heeft.

Winnen hangt niet alleen af van je gedrevenheid en je lichamelijke conditie, je cortisol – het stresshormoon – moet laag zijn. Als dat te hoog is, dan leg je het alsnog af. Om te winnen moet je dus veel testosteron en weinig cortisol hebben. Logisch eigenlijk, want hoe groot je ‘drive to win’ ook is, je moet daarnaast ook beschikken over stalen zenuwen. Je moet geen last hebben van faalangst, want dat beïnvloedt je prestaties negatief. Dit werkt niet alleen zo bij mannen, bij vrouwen zien we dezelfde toename van testosteron en invloed van cortisol.

Waarom vind ik dit alles zo interessant? Ten eerste omdat testosteron niet alles zegt. Met teveel stress blokkeer je, hoe hoog ook je testosteron. Dat de hormoonspiegel – ook bij vrouwen – zo sterk kan veranderen door mee te doen aan een competitie, vind ik ook boeiend. Eerder schreef ik al over een omgekeerd effect: hoe intieme relaties bij mannen hun testosteron flink laat dalen. De verschillen tussen de seksen liggen – ook hormonaal – niet altijd zo vast als vaak wordt beweerd. Omgeving, opvoeding, gedrag en culturele normen en waarden spelen er allemaal op in.

Sportvrouwen – Bronnen

 

2 gedachten over “Sportvrouwen”

    1. Ja, testosteron vind ik een boeiend hormoon. In hoeverre draagt het nu écht bij tot de verschillen tussen vrouwen en mannen? Daar wil ik het fijne van weten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *