Queen bees

Vrouwelijke bazen zijn bitches. Ze zijn vaak nog dominanter dan hun mannelijke collega’s en doen weinig om andere vrouwen te stimuleren om ook een betere positie te bereiken. Is dat zo?
Dit klopt ten dele. Zeker in bedrijven waar vrouwelijke managers een uitzondering zijn, gedragen deze vrouwen zich vaak op een manier die als mannelijk wordt gezien. Sterker nog: uit een groot onderzoek dat in de jaren ‘70 werd uitgevoerd bij IBM, met vestigingen in veertig landen, bleken topvrouwen masculiener te scoren dan topmannen. In de 90er jaren ging dat ook op voor vrouwelijke hoogleraren in Nederland en in 2014 schafte KPN de quota af voor vrouwen in topposities: het nieuwe vrouwelijke talent leek teveel op de mannen die er al zaten, met dezelfde tekortkomingen. Dat terwijl ze graag mensen met andere waarden, inzichten en capaciteiten wilden. Nu wordt gezocht naar managers met een andere etnische afkomst, maar als KPN niet oppast, vormen ook zij weer een afspiegeling van wat er al in huis is. Dezelfde mechanismen spelen ook hier: werk je in een bedrijfscultuur die wit masculien is en kost het je daar als vreemde eend in de bijt moeite om je te handhaven, dan ga je je spiegelen aan je directe collega’s. Je gaat letten op de mensen om je heen en kopieert hun gedrag. Dit is ook door hersenonderzoek aangetoond. Normaal let je vooral op mensen die op je lijken: vrouwen letten meer op vrouwen, gekleurde mensen meer op gekleurde mensen. Maar zit je in een situatie waarin je je gediscrimineerd voelt, dan let je juist op de ander. Als moslims bijvoorbeeld aan discriminatie herinnerd worden, dan schenkt hun brein meer aandacht aan niet-moslims, terwijl ze in een veilige situatie automatisch meer op soortgenoten gericht zijn. Voor de duidelijkheid: dit zijn onbewuste processen.

Terug naar de vrouwen: juist vrouwen die hebben moeten vechten voor hun plaats in masculiene organisaties, gaan zich mannelijk gedragen en komen niet op voor vrouwen die aan het begin van hun carrière staan. Quota bijvoorbeeld vinden ze niet nodig. Je zou verwachten dat juist deze vrouwen, die hun positie met moeite bereikt hebben, openstaan voor andere vrouwen, maar zo werkt het vaak niet. Onbewust gaan veel vrouwen dan de mannen kopiëren en nemen ze afstand van de eigen groep. Behalve dat dit op hersenscans te zien is, hebben vrouwen in uitzonderingsposities vaak een verhoogd cortisolniveau: het stresshormoon. Ook mannen reageren met stress als ze zich door vrouwen of andere mannen buitengesloten voelen, het is niet speciaal iets van vrouwen. Dat bleek al uit een simpel experiment waar vrouwen met elkaar spraken over typische vrouwenonderwerpen (yoga of winkelen, bijv.) en de opmerkingen van de enige man onder hen negeerden. De cortisolspiegel van de man steeg. Werd over neutrale zaken gesproken en werd de persoon van de andere sekse daarbij betrokken, dan trad er geen verandering op.

Deze masculiene vrouwen worden ‘queen bees’ genoemd. Zij zien zichzelf als bijzondere vrouwen omdat zij de top haalden. Ook anderen moeten daar maar op eigen kracht zien te komen. Zij zijn niet tegen gelijkheid bevorderende maatregelen voor hun eigen groep van topvrouwen, maar wel als het om de collega’s lager op de ladder gaat.

‘Queen bees’ hebben – net als veel mannelijke collega’s – geen zicht (meer) op de struikelblokken die vrouwen ervaren op weg naar de top, zoals vooroordelen, minder waardering en voorzieningen, andere verwachtingen, een gebrek aan rolmodellen en meer belasting thuis. (Zie: Willen vrouwen wel naar de top?)

Maar dit alles heeft veel te maken met de bedrijfscultuur en niet met sekse- of etnische verschillen. Juist vrouwen die zelf in hun carrière het meest last hadden van discriminatie, vertonen vaak deze over-identificatie met mannen. Seksistische vrouwen zijn dus het product van een seksistische organisatie.

Daar komt nog bij dat deze vrouwen door de mensen die onder hun leiding werken ook meer bekritiseerd worden dan hun mannelijke collega’s. Gedrag wat van topmannen wordt geslikt, wordt topvrouwen kwalijk genomen. Vrouwen horen zich niet mannelijk te gedragen. ‘De werkvloer siddert voor mevrouw de professor’ kopte de Volkskrant onlangs nog. Het ging over vrouwelijke topwetenschappers die anderen intimideren en vernederen. Het gaat om dominante vrouwen, die op deze manier serieus genomen worden door mannelijke topwetenschappers, maar die stormen van kritiek krijgen van hen aan wie ze leiding geven. Maar het tegenovergestelde, té vrouwelijk gedrag, wordt topvrouwen ook aangerekend, dan worden ze niet serieus genomen.

Niet alleen naar hun vrouwelijke leidinggevenden, ook onder elkaar zijn vrouwelijke collega’s minder aardig. Vooral vrouwen die gedrag vertonen dat als mannelijk wordt gezien, die assertief en dominant zijn, krijgen kritiek te verduren. Deze vrouwen zullen zich hier misschien al afzetten tegen het ‘vrouwelijke’ gedrag om zo meer kansen te maken in een masculiene bedrijfscultuur, en deze bedrijfscultuur zal dit ‘masculiene’ in hen alleen maar versterken.

Ter verduidelijking: lang niet alle topvrouwen gedragen zich masculien, behalve met het karakter van de vrouwen heeft het veel te maken met de bedrijfscultuur. Juist in masculiene organisaties worden dito vrouwen gezocht en wordt dit gedrag van hen nog versterkt.

Organisaties worden steeds opener, en daarmee zal ook dit gedrag verdwijnen. Maar niet alleen organisaties moeten veranderen en diverser worden, ook werknemers kunnen veranderen. Misschien moeten we leren om niet met twee maten te meten, om niet de dominantie van mannen te tolereren en die van vrouwen af te straffen. Om niet de zachtheid in mannelijke leiders te bewonderen, en dit bij vrouwen als onprofessioneel te zien. (Zie: Trump, Clinton en het seksisme). Het zijn processen die we ons meestal niet bewust zijn, dus vaker stilstaan bij onze (voor)oordelen lijkt niet verkeerd. Zo krijgen vrouwen of mensen met een andere afkomst meer kansen.

Queen bees – Bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *