Cultureel kapitaal

Bijna niemand van mijn lagere schoolklas ging naar de middelbare school en mij werd de HBS afgeraden, omdat ik daar het enige meisje zou zijn. Zou ik verder gaan studeren? Nee, dat zat er voor ons soort mensen niet in, dus werd het MMS, een school die bij uitstek niet geschikt was voor kinderen uit het arbeidersmilieu.

Tegenwoordig is dit veranderd. Mensen geloven dat sociale afkomst niet meer meespeelt. Wie voor een dubbeltje geboren is, kan best een kwartje worden. Maar klopt dat ook?

Topprestaties

Kinderen van laagopgeleide ouders krijgen ook nu nog andere schooladviezen. Ik vind de verschillen uit een recent CBS onderzoek schokkend:

Zo gingen kinderen van hoogopgeleide ouders met een citoscore van minstens 545, wat past bij een vwo-advies, twee keer zo vaak naar een vwo-brugklas als kinderen van lager opgeleide ouders. Zes op de tien kinderen van hoogopgeleide ouders met een citoscore tussen 537 en 544 ging naar een brugklas op havo/vwo of vwo niveau. Bij lager opgeleide ouders was dat vier op de tien.       

Leerkrachten verwachten minder van deze kinderen en dat is niet helemaal onterecht. Als even slimme kinderen wél hetzelfde advies krijgen en hetzelfde schooltype kiezen dan doen de kinderen van hoogopgeleide ouders het beter. Dat komt door hun culturele bagage.

Ga je met je ouders naar musea? Naar welke tv-programma’s kijken jullie? Welke muziek wordt er thuis gedraaid? Wordt er veel gelezen en wat wordt er gelezen? Wordt er thuis een krant bezorgd? Heb je geleerd te discussiëren?  Word je gestimuleerd? Helpen je ouders je met je huiswerk? Heb je rolmodellen om je heen, waardoor een goede opleiding iets vanzelfsprekends wordt? Meisjes met hoogopgeleide ouders hebben bijvoorbeeld minder last van faalangst bij vakken als wiskunde. Deze meisjes halen gemiddeld zelfs betere resultaten dan jongens en kiezen vaker voor een studie wiskunde dan meisjes uit kansarme milieus. Dit alles geldt nog sterker voor migrantenkinderen met laagopgeleide ouders.

Cultureel kapitaal doet er toe, het geeft je meer zelfvertrouwen. Kinderen uit kansrijke milieus hebben het idee dat de wereld om hen draait. Dat is misschien wel de kern van de zaak.

Ook gewoon kapitaal doet er toe. Rijkere ouders kunnen privéscholen en allerlei vormen van extra onderwijs betalen, zoals huiswerkbegeleiding en examentraining. Educatief speelgoed is belangrijk; zo blijken alleen rijkere jongens beter te zijn in ruimtelijke vaardigheden. Armere jongens (en meisjes) hebben dit minder al spelend kunnen leren.

Topposities

Hoe hoger het beroep van je ouders, hoe meer kans je zelf hebt op een dergelijk beroep. Het kind van een dokter wordt eerder dokter dan het kind van een arbeider, ook al halen ze even goede schoolresultaten.

Kijk je vanuit je milieu met ontzag, angst of afkeer naar autoriteiten, of maak je deel uit van dit milieu en voel je je er als een vis in het water? Hoe meer je milieu aansluit bij de elite, hoe meer kans je maakt op topposities. Het heeft te maken met hoe gemakkelijk je je beweegt tussen de topmensen. De smaak en stijl van de hogere klasse is wel aan te leren, maar het is moeilijker om ook de bijbehorende soepelheid en elegantie te leren als je dit niet van huis uit meegekregen hebt.

Spreek je dezelfde taal? In letterlijke zin: spreek je accentloos Nederlands, spreek je vreemde woorden correct uit en kies je de goede woorden? Maar ook: kies je de juiste gespreksonderwerpen. Voor vrouwen in hoge posities is soms ook de hoogte van haar stem een punt.

Cultureel kapitaal-2Ook kleding is belangrijk. Je maakt misschien al geen kans meer op een bepaalde baan met bruine schoenen onder je nieuwe blauwe pak. Zelf kijk ik met enige schaamte terug op de kleren die ik droeg tijdens een assessment. Hoewel ik er veel zorg aan had besteed, was het het nét niet. Ook namen verraden vaak je afkomst of herkomst, zelfs je voornaam: Eline krijgt eerder een baan dan Wendy of Fatima. Om over Mohammed nog maar te zwijgen.

Dit betekent dat mensen uit kansarm milieus in Nederland minder kans maken op topposities. Ook voor vrouwen geldt dit nog steeds.

Organisatiecultuur gaat over de vanzelfsprekende en vaak ongeschreven regels die in een organisatie gelden en die je moet kennen om binnen die organisatie succesvol te zijn. Het gaat om de dagelijkse praktijken zoals de omgang met elkaar, werktijden, vergaderstijlen, rituelen en communicatiemiddelen. Bij topposities gaat het daarnaast om bijvoorbeeld het belang van deelname aan een netwerk, het jezelf zichtbaar maken en goed verkopen, het politieke spel kunnen meespelen. De ideale werknemer maakt bovendien lange dagen en kiest allereerst voor het werk.

Organisaties – en zeker de topposities daarbinnen – zijn gemodelleerd naar de leefwijze van witte hoogopgeleide mannen. Om het managementteam te versterken zoeken topmanagers imitaties van zichzelf; ze zoeken naar mensen met dezelfde achtergrond en idealen. Zij bepalen het gezicht van leiderschap. Zij kennen en herkennen elkaar en bevoordelen elkaar bij het verdelen van de machtsposities. Dit gebeurt vaak niet eens bewust; je vindt iemand die op je lijkt vaak aardiger en schat hem hoger in.

De kans om hoger onderwijs te volgen is groter geworden voor kinderen uit kansarme milieus. Door de onderwijsvernieuwing is de samenleving in zijn geheel hoger opgeleid, maar de onderlinge verschillen tussen groepen zijn niet wezenlijk veranderd. Velen worden nog steeds geen kwartje.

cultureel-kapitaal-bronnen 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *