Wiskunde is moeilijk

‘Wiskunde is moeilijk’, verzuchtte een sprekende barbiepop in de tachtiger jaren. Lang is gedacht dat mannen intelligenter zijn dan vrouwen, vooral op het gebied van ruimtelijke vaardigheden en wiskunde. Vrouwen zijn dan weer verbaal beter, maar dat levert geen toppositie op. Veel populairwetenschappelijke boeken verklaren dit verschil door een testosteron-boost in de baarmoeder, waardoor mannenhersenen anders gevormd zijn, of door de hogere testosteronspiegel van mannen. Ook verschillende serieuze publicaties gaan uit van dit verband.

 Eén op dertien

Een onderzoek uit de tachtiger jaren deed veel stof opwaaien. In de Verenigde Staten worden standaardtoetsen gebruikt voor toelating tot de universiteit (de SAT – Scholastic Aptitude Test). Bij deze test is de gemiddelde score vastgesteld op 500 punten. Toen jongeren met aanleg voor wiskunde deze testen maakten, kwamen grote verschillen tussen naar voren. Tweemaal zoveel jongens als meisjes haalden meer dan 500 punten. Viermaal zoveel jongens haalden meer dan 600 punten en de top (meer dan 700 punten) werd gehaald door dertien keer zoveel jongens als meisjes. Door deze informatie werd het vooroordeel versterkt dat meisjes niet goed zijn in wiskunde en dus weinig kans maken op een topbaan of Nobelprijs.

Maar: deze verschillen liepen in de loop der jaren sterk terug. Waar in 1983 aan de top één meisje tegenover dertien jongens stond, was dat in 2008 veranderd in drie jongens per meisje. Er is geen enkele reden waarom dit niet nog verder zou dalen. In landen waar vrouwen en mannen gelijkwaardiger zijn, zijn ook hun wiskundige prestaties meer aan elkaar gelijk. Toch blijven veel populairwetenschappelijke boeken over man-vrouw verschillen haken bij de cijfers uit 1983. En zo worden de vooroordelen steeds opnieuw bevestigd.

Een ander punt is dat deze uitkomsten van 1983 alleen opgingen voor witte Amerikanen. Amerikaanse leerlingen van Aziatische herkomst scoorden beter dan de witte Amerikanen en de meisjes deden het daarbij bijna even goed. Ook bij zwarte Amerikanen en Latino’s was er nauwelijks verschil tussen jongens en meisjes. Deze informatie kreeg veel minder aandacht in de westerse media, wat weer duidelijk de werking van stereotypen laat zien: het ongenuanceerde beeld dat vrouwen slecht zijn in wiskunde wordt breed uitgemeten en onderzoeken die dit weerspreken, halen vaak de media niet.

WiskundemeisjeWereldwijd onderzoek laat ook een heel divers beeld zien. Onderzoek naar de wiskundige prestaties van leerlingen uit verschillende landen levert grote verschillen per land op (bij een gemiddelde van 500 punten scoorde Peru 368 en Shanghai-China 613 punten). Verschillen tussen meisjes en jongens liggen veel dichter bij elkaar dan de verschillen tussen landen. In enkele landen deden de meisjes het zelfs beter, zoals in IJsland en Jordanië.

De wiskundeknobbel van jongens is dus flink verschrompeld.

Sociale angst

Naast de wiskundige prestaties zijn ook psychische factoren gemeten. De verschillen in houding (motivatie, angst, zelfbeeld) zijn groter dan de verschillen in resultaat. Nederlandse meisjes hebben hier extreem veel last van. In geen enkel land waren de verschillen in houding tussen jongens en meisjes zo groot als in Nederland. Waarom? Misschien is het een zelfversterkend proces: omdat er weinig Nederlandse meisjes wiskunde studeren, zijn er weinig vrouwelijke rolmodellen, waardoor weer weinig meisjes voor wiskunde kiezen.

Opvallend nieuws deze week was dat Nederlandse meisjes mooie prijzen wonnen bij een wiskunde olympiade voor meisjes. Dit zal het moreel vast opkrikken.

Het eerder aangehaalde Amerikaanse onderzoek uit de tachtiger jaren zocht ook naar sociale en psychologische factoren die de verschillen konden verklaren, maar ze werden toen niet gevonden. Dit komt waarschijnlijk omdat alleen die meisjes getest werden die uitblonken in wiskunde. Die top bereik je alleen als je geen last hebt van allerlei angsten of vooroordelen.

Toch testosteron?

Jarenlang hebben wetenschappers geprobeerd om een samenhang te vinden tussen een hoge testosteronspiegel en uitblinken in wiskunde, maar dit heeft geen resultaten opgeleverd. Het is dus vooral sociale angst die de resultaten van meisjes beïnvloedt. Opvallend is nu dat onlangs bleek dat testosteron tóch een effect lijkt te hebben, want deze sociale angst heeft met testosteron te maken.

Vooral mensen met veel testosteron zijn namelijk gevoelig voor vooroordelen rond status en competitie. Als het idee heerst dat wiskunde moeilijk is voor meisjes, dan krijgen vooral de competitief ingestelde meisjes last van dit vooroordeel, waardoor ze slechter gaan presteren. Terwijl jongens met veel testosteron juist een boost krijgen bij het idee dat ze beter zijn dan meisjes. Indirect werken hormonen dus door op prestaties.

Vooroordelen krijg je ingeprent door wat je ziet, leest en hoort. Je wordt beïnvloed door je leerkrachten, je ouders, je vrienden, of door je barbie.

‘Wiskunde is moeilijk’ – Bronnen

5 gedachten over “Wiskunde is moeilijk”

  1. Welke uitkomsten er in oud of nieuwe onderzoeken zijn te ontdekken, heeft het onderwijs niet altijd de taak om jongens en meisjes uit te dagen en te motiveren?

    Vriendelijke groet,

    1. Zeker, maar het is goed om rekening te houden met de specifieke situatie van meisjes of jongens en met eigen mogelijke vooroordelen.
      Een hartelijke groet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *