What’s in a name – 3

Alle nazaten van mijn voorvader Evert gaan door het leven als zoon van Evert:  Evertzen. Ik ook, terwijl ik toch echt een dochter ben, en niet van Evert. Eerder schreef ik al over het toewijzen van voornamen aan meisjes en jongens, maar hoe zit het met de achternamen?

In de Middeleeuwen ontstond het tweenamensysteem; voor die tijd konden mensen toe met alleen een voornaam. Het tweenamenstelsel was meestal een patroniemensysteem, de voornaam van de vader werd de achternaam.

In 1811, bij de invoering van de burgerlijke stand in Nederland, werden achternamen verplicht. Mensen die nog geen officiële achternaam hadden, kozen de naam van bijvoorbeeld hun beroep, hun bijnaam of ze gingen voor het patroniem. In Oost Nederland nam men ook vaak de naam van de boerderij aan (toponiem); mannen die introuwden veranderden dan van achternaam. Eén vrouw gaf bij de invoering van de achternaam aan waarom ze niet die van haar man kon nemen; ze koos ‘Manweg’.

Voor 1811 hadden de dochters hun vaders naam, maar ze bleven dochters: Evertsdogter. In IJsland is dit systeem nog steeds gangbaar. Daar kan een gezin met twee kinderen vier verschillende achternamen hebben: de moeder is vernoemd naar haar vader en haar kinderen naar hun vader, de jongen met de toevoeging –son en het meisje met –dóttir. Mensen spreken elkaar altijd bij de voornaam aan en de telefoongids staat ook alfabetisch op voornaam. In IJsland zou ik Gerritsdöttir heten.

Andere landen gebruiken voor- of achtervoegsels bij de achternaam om duidelijk te maken dat het om de vrouw of dochter en soms ook de zoon van een man gaat. In Ierland staat het tussenvoegsel Mac (zoon) of Ó (kleinzoon) voor een man en voor een vrouw. Als een gehuwde vrouw de naam van haar man aanneemt, verandert dit voorzetsel. In verschillende Oost-Europese landen komt er een achtervoegsel bij.

Spanje en Portugal hebben nog weer andere regels. In Spaanstalige landen krijgen kinderen de achternaam van zowel hun vader als hun moeder. In Portugeessprekende landen gebeurt dit ook, maar hier gaat de moedersnaam voorop. Dat lijkt vooruitstrevend, maar de laatste achternaam geldt nu als de belangrijkste en dat is dan toch weer de mannelijke. Als een vrouw trouwt, houdt ze haar eigen naam, maar in sommige Latijns-Amerikaanse landen wordt bij een huwelijk de moedersnaam vervangen door de (van) en de naam van de echtgenoot.

Met namen ordenen we de wereld. Niet alleen kunnen we zo een persoon aanduiden, ook wordt met de naam vaak de sekse aangegeven en de familie- en machtsverhoudingen. Het gezinshoofd – meestal de man – is de naamgever.

Het kan ook anders. De meeste Tibetanen hebben geen familienaam, maar wel een dubbele voornaam. Namen zijn onzijdig, er zijn weinig specifieke jongens- of meisjesnamen.

En dan is er nog het metroniem. 

 

Metroniemen

Metroniemen zijn achternamen gebaseerd op de voornaam van de moeder. Voorbeelden zijn: Aafjes, Mariën, Belen en Neeskens (van Agnes).  Deze namen ontstonden bij een onbekende of afwezige vader, of om twee mensen met dezelfde naam van elkaar te onderscheiden. In IJsland kiezen steeds meer mensen ervoor om een metroniem te nemen, of ze noemen één van de kinderen naar de moeder en een ander naar de vader. Maar dan is het bij een jongen wel Helguson (zoon van Helga). In de Koran is Jezus’ achternaam ook een metroniem: Īsá ibn Maryam, Jezus de zoon van Maria.

Deze achternamen zijn gebaseerd op de voornaam van de moeder. Iets anders nog is het erven van de familienaam van de moeder. In matrilineaire samenlevingen – gemeenschappen waar vrouwen ook veel zeggenschap hebben en het erfrecht langs de vrouwelijke lijn loopt – komt dit ook nu nog voor, zoals bij de Minangkabau in Indonesië.  Deze manier van naamgeving is vaak ouder dan de patriarchale vorm (kinderen die de familienaam van de vader krijgen).

Dit geeft aan dat samenlevingen vroeger gelijkwaardiger waren, want in matriliniaire samenlevingen waren mannen zeker niet machteloos, maar was er meer gelijkwaardigheid, ook omdat de man na zijn huwelijk vaak bij de familie van zijn vrouw ging wonen. Gelukkig gaan we die kant weer op: onder invloed van CEDAW (Committee on the Elimination of Discrimination against Women) is in veel landen nieuwe wetgeving ontstaan.

Deze nieuwe wetgeving heeft ervoor gezorgd dat Belgische kinderen nu dubbele achternamen krijgen. In Nederland kan voor kinderen niet voor een dubbele achternaam gekozen worden; het wordt óf de achternaam van de vader óf die van de moeder. Nog geen 10% van de Nederlandse kinderen krijgt de moedersnaam.

Voor Nederlandse gehuwde of geregistreerde partners zijn er meer mogelijkheden: de naam van de man, de naam van de vrouw, óf beide namen (in zelfgekozen volgorde). Heel weinig mannen kiezen voor het overnemen van de naam van de vrouw of het toevoegen van haar naam aan de eigen naam (resp. 0.2 en 3.5% in 2015). Nederlandse vrouwen kiezen steeds vaker voor het veranderen van hun naam in die van hun man – iets wat in België niet mogelijk is -, misschien omdat traditioneel ingestelde mensen vaker huwen.

Onderzoek (in de UK en US) wijst uit dat vrouwen die na hun huwelijk hun meisjesnaam houden als machtiger, ambitieuzer en assertiever worden gezien. Ze krijgen meer mannelijke eigenschappen toegeschreven. Met hun echtgenoten gebeurt het tegenovergestelde: zij worden als minder mannelijk en machtig gezien. Vooral seksistische mannen leveren kritiek. Hoe ze denken over een man die de achternaam van zijn vrouw aanneemt, laat zich gemakkelijk raden. Terwijl van vrouwen wél verwacht wordt dat ze opeens met een andere naam door het leven gaan.

Nederlandse vrouwen kiezen voor de naam van de man of de ‘meisjes’naam. Dit laat ook weer zien dat het rond naamgeving niet om een simpele traditie gaat, maar dat dit alles te maken heeft met genderrollen (wat wordt er van vrouwen en mannen verwacht) en met macht.

What’s in a name – 3 – Bronnen

10 gedachten over “What’s in a name – 3”

    1. Bedankt Rob.
      Man en vrouw de eigen naam en kinderen beide namen, dat lijkt me in ieder geval gelijkwaardiger. Het Belgische systeem dus.
      Met vriendelijke groet,
      Annette

  1. Goh, wat leuk om te weten! Ongeveer 40 jaar geleden heb ik de naam van mijn kinderen laten veranderen in mijn naam. Men vond het maar vreemd en dat was het misschien ook wel in die tijd. Hun vader toonde geen belangstelling meer en ik ben er nog steeds blij mee. Toen was het een lastige procedure die een paar jaar geduurd heeft. Nu is het geloof ik gemakkelijker geworden.

  2. Erg interessant weer. Als Belgische ben ik natuurlijk blij dat we er eens goed vanaf komen. Of dit om vrouwvriendelijke redenen is meen ik te moeten betwijfelen, maar het zou zomaar kunnen.
    In Afrika werd mijn identiteit (en die van mijn partner) ineens bepaald door het hebben van een kind. Ik werd ‘Mai de Flip’, hij werd ‘Pai de Flip’, heel evenwichtig vond ik dat…

    1. Valt mee, Clementine. En omdat ik vaak over dingen schrijf waar ik zelf nieuwsgierig naar ben, is het alleen maar leuk en boeiend om te doen.

  3. Is een heel interessant onderwerp in deze tijd. De vigerende achternaamsystemen zijn patriarchaal en ook als er beweging in is gekomen om de mogelijkheden en regels te versoepelen ten gunste van meer vrouwelijkheid blijft het vaak wringen.
    Ik lees hierboven dat nog geen 10% van de Nederlandse kinderen de moedersnaam krijgt. Mocht dit zo zijn dan zal het merendeel kinderen van alleenstaande moeders zijn, maar ik vermoed dat van de mogelijkheid om bewust de naam van de moeder te kiezen door minder dan 1% gebruik wordt gemaakt. Maar misschien heb ik de onderzoeksresultaten wat dat betreft gemist.
    Blijft dat die naam al met al van origine een mannelijke naam is. Er zijn misschien van oudsher een paar metroniemen, maar bij een naam als Neeskens staat dit niet vast, want behalve Agnes kunnen ook de mansnamen Dionysius en Cornelis aan de vleivorm Neeske ten grondslag liggen.
    Overigens wordt bij gehuwde vrouwen de naam waarmee zij geboren zijn (die van hun vader) niet vervangen door die van hun echtgenoot. Ze mogen zijn naam gebruiken, zoals tegenwoordig ook een echtpaar elkaars namen mag gebruiken, al dan niet samengevoegd, maar alleen de geboortenaam is de officiële. Het Engels-Amerikaans burgerrecht is minder rigide wat dat betreft. Daar heet je echt zoals je je noemt. Wat inhoudt dat de meeste vrouwen inderdaad de naam van hun vader door die van hun man hebben vervangen. Maar je hebt als vrouw de mogelijkheid om een vrouwelijke naam te creëren. Een voorbeeld is een vrouw die zich geen Cooperman meer noemde, maar Cooperwoman. Blijft in dit geval dat Cooper toch nog steeds de mannelijke beroepsnaam kuiper is.
    Veel metroniemen komen van de Antillen. We kunnen er tientallen opsommen: Adelina, Adriana, Agata, Albertina, Anastacia, Andrea, Angela, Anita, Antonia, Augusta… en dat is nog maar de A. Maar de sociaal-historische situatie waar deze namen uit voortgekomen zijn is uiteraard zeer bedenkelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *