Vrouwen in de literatuur

Waarom zijn er zo weinig klassieke vrouwelijke schrijvers? Het is een vraag in dezelfde categorie als: waarom zijn er zo weinig vrouwelijke Nobelprijswinnaars? Of beroemde schilders? Zijn vrouwen gewoon niet zo goed? Of wordt ze het werken moeilijk gemaakt?

Het is nog niet zo lang geleden dat het vrouwen bijna onmogelijk werd gemaakt. Ze hadden bijvoorbeeld geen toegang tot goede opleidingen, geen eigen geld om boeken of ander materiaal te kopen, geen rolmodellen. Of geen naaktmodellen; in de VS mochten vrouwen zich niet met naakte mensen in één ruimte bevinden, ook niet als er mannelijke schilders aanwezig waren. Werk van vrouwen werd soms aan mannen toegeschreven of mannen eigenden zich het toe. Het meest recente voorbeeld is Duchamp met zijn originele urinoir. Madame Curie wachtte naast haar wetenschappelijke carrière het huishouden en de kinderzorg, haar man stak thuis geen hand uit. Je vraagt je af hoe goed vrouwen wel niet moesten zijn om het toch te redden.

Er werd van vrouwen verwacht dat ze dienstbaar waren aan het werk van hun man en er voor zorgden dat zijn huishouding en kinderen functioneerden. Zelf stonden ze nooit op de eerste plaats.

Terug naar de letteren. Ik schreef laatst een artikel over een vijftienjarig meisje:  Netty Spanjaard. Ze schreef rond 1900 drie jeugdromans. De recensies van haar laatste boek ‘Jonge strijd‘ waren lovend:

Het is een der mooiste boeken, die wij van dit jaar in handen kregen. Levendig, boeiend, kort en krachtig, aandoenlijk […] ’t Is een boek om erover in geestdrift te geraken. […] De schrijfster onze hulde![i]

Netty kwam uit een fabrikantenfamilie en had tijd en geld om te schrijven. Toch ging dat niet zonder slag of stoot. Er moest strijd geleverd worden voor ze boeken mocht kopen, want (zo blijkt uit haar laatste deels autobiografische boek): ze wil té veel weten en dat is niet passend voor een meisje: geleerde vrouwen zijn ‘ondingen’. Haar grootvader (haar ouders zijn overleden) maakt zich zorgen over haar zelfstandigheid en onafhankelijkheid en haar eigenaardige ideeën. Ze wil altijd haar eigen wil doorzetten en botst daardoor met andere mensen, hoe moet dat als hij er niet meer is om haar te sturen? Het leidt tot een heftige aanvaring, waarbij Maud uitvalt:

Ik wil mijn verstand niet gebruiken met te leuteren over de meiden en de keuken… Grootvader, ik kan u niet gehoorzamen; ‘k zou versuffen als ik mijn werk niet had… Ik moet werken, hoort u, en ‘k wil niet versuffen, hoort u, ‘k wil niet![ii]

Netty Spanjaard was vijftien jaar! Ze is in de vergetelheid geraakt. Net zoals zoveel vrouwelijk talent uit die tijd verloren is gegaan. Zij kreeg in ieder geval nog lof toegezwaaid in de media. Veel vrouwen werden in die tijd genegeerd, of er werd minstens gedacht dat haar succes deels aan de hulp van mannen te wijten was. Of ze schreef onder een mannelijk pseudoniem. Werd dan de echte naam bekend, dan veranderden recensies opeens van toon. Vrouwen oogstten vooral kritiek. Hun werk werd niet besproken, of het werd weggezet als streekroman of damesboek.

Ik maak me alsnog kwaad om al dat verspilde talent en die ongelukkige vrouwenlevens.

De echo’s hiervan klinken nog na. Thrillerschrijfsters kunnen erover meepraten. De VN thrillergids deelt dit jaar zijn vijf sterren uit aan acht mannelijke auteurs. Toch vind ik tot nu toe (toegegeven, ik heb nog niet alle vijf-sterrenboeken gelezen), een viersterren-boek het beste (‘Wat je niet weet’ van Karin Cleveland). Waarom is actie, geweld en seks belangrijker dan het beschrijven van het psychologische proces dat je doormaakt als je vermoedt dat je man een spion is? Waarom kan Knausgård minutieus beschrijven hoe hij het huis van zijn vader poetst en vinden we dat (ik ook) geweldig, maar wordt het triviaal als een vrouw dit beschrijft? De reden is niet alleen dat Knausgård goed kan schrijven. De sekse van de schrijver wordt meegenomen in de kritieken. We – vrouwen en mannen – zijn gewend om de wereld door een mannelijke bril te zien.

Zo verhaalt Koolen in haar proefschrift over de auteur Catherine Nichols die vijftig keer onder haar eigen naam en even zo vaak onder een mannelijke naam uitgevers aanschreef. Zeventien uitgevers vroegen de ‘man’ het manuscript te sturen en slechts twee waren nieuwsgierig naar het werk van de vrouw. Uitgevers rubriceren boeken van vrouwen ook minder snel als literatuur.

De zelfbenoemde ‘lezeres des vaderlands’ turfde een jaar lang (2016) Vlaamse en Nederlandse boekenbijlagen[iii] Nog geen 30% van de besproken boeken waren van schrijfsters.  

De vier meest prestigieuze prijzen werden de laatste veertig jaar vijf keer vaker door mannen gewonnen dan door vrouwen, en nee, dit verbetert niet in de loop van de tijd.

In het Nationale Lezersonderzoek in 2013 bestond de top-tien uitsluitend uit mannelijke auteurs, terwijl tien vrouwen de rijen sloten.  Vrouwelijke auteurs worden bijna niet door mannen gelezen, maar mannen die dit wél doen zijn positiever over deze boeken dan vrouwelijke lezers. Vrouwen slaan mannelijke schrijvers hoger aan en zijn kritischer naar hun vrouwelijke soortgenoten.

Uitgevers nemen minder manuscripten van vrouwen aan, de vrouwelijke auteurs worden minder vaak besproken in de media, ze worden minder gelezen door mannen en kritischer door vrouwen, ze komen minder vaak in literaire canons en verzamelbundels terecht en ook de prestigieuze prijzen gaan aan hen voorbij. Ze worden minder gezien en raken eerder vergeten.

En voor de duidelijkheid: vrouwen schrijven niet minder dan mannen, zowel kwantitatief als kwalitatief niet. Koole stelt: ‘Er is sprake van een afvalrace, waar bij elke stap omhoog op de literaire ladder meer vrouwen verdwijnen’. Daarom zijn er zo weinig vrouwelijke klassieke schrijvers. Of Nobelprijswinnaars.

[i] De Telegraaf, 29-11-1902.

[ii] Spanjaard, N. (1899), p. 18.

[iii] Trouw, De Standaard, De Morgen, NRC Handelsblad, De Volkskrant, Het Parool, De Groene Amsterdammer en Vrij Nederland.

Vrouwen in de literatuur – Bronnen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *