Zijn wij ons brein?

‘Wij zijn ons brein’, volgens Dick Swaab. Is dat zo? Ligt ons doen en laten vast in ons brein? Zijn bijvoorbeeld mannelijkheid en vrouwelijkheid verbonden met bepaalde hersenstructuren?

Ik heb altijd gedacht dat vrouwelijke en mannelijke gedragingen en eigenschappen te maken hebben met cultuur en opvoeding, dus aangeleerd zijn. De laatste decennia hoor je steeds meer stemmen die het tegendeel beweren: man- of vrouw-zijn, is gebaseerd op verschillen in de hersenen. Maar klopt dit?

In mijn trainingen, met als doel ontwikkelingsprojecten beter te laten aansluiten bij de specifieke wensen van vrouwen, vertelde ik over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Ik liet foto’s zien van vrouwen die met zware zakken stenen sjouwen, omdat zij in India de stratenmakers zijn. Ik gaf voorbeelden van hoe in het ene dorp mannen hout zoeken, terwijl dat in een volgend dorp vrouwenwerk is. Of ik vertelde over de schoonheidswedstijden voor mannen bij de Bororo. Na dit vertoon van mannelijk schoon, kiezen vrouwen hun partner voor die nacht en misschien voor langer, als het haar bevalt. Kortom: de cultuur bepaalt hoe wij inkleuren wat vrouwelijk of mannelijk is.

Terug in Nederland merkte ik dat daar inmiddels door velen anders over wordt gedacht en ben ik me in die nieuwe ideeën gaan verdiepen. Zijn wij ons brein en zit alles in de genen? Ik vind dat daar veel op af te dingen is.  Swaab haalt alleen die – vaak verouderde en achterhaalde  – onderzoeken aan die zijn ideeën bevestigen en dat overtuigt me niet. Hij beweert dat sommige sekseverschillen in gedrag en speelgoedvoorkeuren – meisjes met poppen en jongens met technische dingen –  in de baarmoeder zijn ontstaan, onder invloed van testosteron.

Lang werd aangenomen dat op het Y-chromosoom een gen zit dat ervoor zorgt dat een kind in de baarmoeder teelballen ontwikkelt die een flinke testosteronstoot geven, waardoor zijn sekse verder vermannelijkt. Veel neurowetenschappers gaan er van uit, dat ook de hersenen onder invloed van testosteron vermannelijken en dus ‘hardwired’ zijn. Recent onderzoek laat zien dat sekse-vorming een veel ingewikkelder proces is. En dat geldt zeker ook voor de hersenen. Genen, hormonen, maar ook omgevingsinvloeden vormen de hersenen.

Uit steeds meer onderzoek blijkt dat hersenen bestaan uit een mozaïek aan mannelijke en vrouwelijke kenmerken. Een voorbeeld van zo’n onderzoek: van 1400 hersenscans deelden de onderzoekers de tien grootste hersenverschillen (die eigenlijk maar heel klein zijn) in als mannelijk of vrouwelijk (elk 33% met daartussen een neutrale zone van 34%). Heel weinig mannen blijken op al deze tien kenmerken mannelijk te scoren. En één op de vijf vrouwen scoort mannelijker dan de doorsnee man. Een vrouw heeft gemiddeld wel meer hersenkarakteristieken in vrouwelijke vorm en mannen in de mannelijke, maar er bestaat een flinke overlap tussen beide. Er is geen tweedimensionaal model. Er is zelfs geen sprake van een continuüm van vrouwelijke hersenvormen die overlopen in mannelijke, maar we hebben allemaal in ons brein een mix van vrouwelijke en mannelijke hersengebiedjes. Als je op een hersengebied mannelijk scoort, wil dat niet zeggen dat je dat ook op andere gebieden doet. We zitten allemaal met sommige eigenschappen en vaardigheden aan de mannelijke kant, met andere aan de vrouwelijke en met vele ergens er tussenin.

Bovendien: hersenen veranderen. Met name feministische wetenschappers vallen de ‘neuroseksisten’ aan en benadrukken de plasticiteit van de hersenen. Dat wat je meemaakt in je leven, vormt en wijzigt je hersenen. Dit bewijzen de taxichauffeurs uit Londen. Zij moeten tijdens hun opleiding het Londense stratenplan uit hun hoofd leren. Uit hersenscans blijkt dat hun hippocampus groter is dan gemiddeld. Hoe meer ervaren de chauffeur, hoe groter dit hersengebiedje dat verband houdt met ruimtelijke vaardigheden. Conclusie: oefening baart kunst, maar ook hersenknobbels. Ook vrouwelijke taxichauffeurs hebben zich deze ruimte-knobbel eigen gemaakt. Mannen hebben dus geen grotere hippocampus omdat ze beter zijn in ruimtelijke vaardigheden, zoals velen denken. Die verschillen leer je aan. Net zoals blinde mensen vaak een heel goed gehoor ontwikkelen. Gemiddelde mannen en vrouwen hebben geen verschil in dit hersengebied. Ook een specifiek onderzoek naar verschillen in de amygdala, een hersengebied dat staat voor emoties, empathie, agressie en seksuele opwinding, laat geen verschillen zien tussen  vrouwen- en mannenhersenen.

Zelfs Swaab komt aarzelend over de streep. In zijn nieuwste boek stelt hij dat het niet gaat om óf vrouwelijke óf mannelijke hersenen, maar om een mozaïek. Toch haalt hij dezelfde oude voorbeelden aan en gelooft hij nog steeds in aangeboren verschillen in gedrag. Zelf geloof ik dat verschillen in kennis en sociale vaardigheden tussen vrouwen en mannen afnemen of zelfs helemaal verdwijnen als mannen en vrouwen dezelfde kansen krijgen.

Zijn wij ons brein – Bronnen

8 gedachten over “Zijn wij ons brein?”

  1. Fijn dat je dit onderwerp nuanceert.
    Ik kan slecht tegen te stellige opmerkingen over de invloed van onze hersenen op ons gedrag.
    Er blijft nog teveel te onderzoeken.

    Vriendelijke groet,

  2. Goed om jouw tegengeluid te lezen! Dank je wel.
    Ik heb nog een vraag aan je n.a.v. een vorig artikel. De term meisjesnaam is volledig ingeburgerd in Nederland, maar ik heb er moeite mee. Hij lijkt te verwijzen naar een periode waarin een vrouw nog een meisje is, nl. voor haar trouwen.
    Hoe denk jij hierover?
    Liefs, Jacqueline

    1. Dank je wel, Jacqueline.
      Ja, ‘meisjesnaam’, daar had ik nog niet over nagedacht. Maar het is inderdaad veelzeggend dat je altijd je meisjesnaam blijft houden als je niet trouwt en dan de naam van je man aanneemt. Ook nog een erfenis uit vroegere tijden: je bent een meisje of iemands vrouw, maar geen zelfstandig individu.
      Liefs, Annette

  3. goed om te lezen Annette,
    wat mij bezig houdt: zolang wij typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag onderscheiden, zullen transgenders er meer last van hebben dat ze zich in een verkeerd lichaam voelen. Of is dit toch te simpel gedacht?
    liefs, Clementine

  4. Dag Annette,

    Een zeer informatief essay. Ik ben het helemaal eens met je conclusie.
    Ik zal het binnenkort mijn vierdeklassers voorleggen en met hen over het onderwerp in discussie gaan. Ik houd je op de hoogte.

    Hartelijke groet,
    Mieke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *