Testosteron maakt de man

Testosteron maakt de man, lichamelijk zeker. Maar geestelijk?

Testosteron wordt in verband gebracht met agressie, libido en het zoeken naar uitdagingen; eigenschappen waarover vooral mannen lijken te beschikken. Een lage dosis testosteron gaat dan samen met zorg, empathie en vrouwen. Maar is het zo simpel?

Testosteron hangt niet automatisch samen met je seksuele drive. Het blokkeren van testosteron, bijvoorbeeld bij prostaatkanker, leidt niet altijd tot libidoverlies. En testosteron-verlagende hormoonbehandelingen voor vrouwen hoeft de zin in seks niet te verminderen. Vrouwen met weinig libido hebben niet altijd weinig testosteron. Ook tussen testosteron en agressie is er geen duidelijk verband.

Er is wel een verband tussen testosteron en statuszoekend gedrag. Testosteron hangt samen met competitie en  dominantie. Het stijgt door het winnen van een strijd of door een dominante opstelling. Door veel van dit soort ervaringen veranderen je hersenen, zodat je meer testosteron kunt opnemen. Je hormoonspiegel wordt dus mede bepaald door wat je onderneemt. Maar competitie is geen mannending, in Zweden bijvoorbeeld zijn jonge kinderen van beide seksen even competitief. Vaak wordt dit gedrag echter bij meisjes afgestraft en bij jongens beloond.

Ook aardige manieren om aanzien te verwerven nemen toe als proefpersonen een extra dosis testosteron krijgen; mannen worden er vrijgeviger van, maar alleen als dat hun status verhoogt.

Er zijn ook situaties die je testosteron laten dalen. Intimiteit bijvoorbeeld. Een hechte liefdesband met partner of kind verlaagt je testosteron. Zelfs met seks werkt het zo: gaat het je vooral om het bereiken van een hoogtepunt, dan stijgt je testosteron, wil je je verbonden voelen met je partner, dan daalt dit.

Een belangrijk punt bij dit alles is dat het nooit gaat om een enkel hormoon, maar altijd om een samenspel van hormonen. Je testosteron kan nog zo hoog zijn, als je cortisol dat ook is dan dempt het de mogelijkheden van testosteron. Het cortisol is hoog bij de aanwezigheid van veel stress.

Je hormoonspiegel wordt dus beïnvloedt door je gedrag. Een logische gevolgtrekking is dat culturele opvattingen over wat er van vrouwen en mannen verwacht wordt, invloed heeft op de hormoonspiegel van de mensen binnen die cultuur.

Feminiene en masculiene landen

Het testosteronpeil van mensen hangt samen met hun cultuur. Hoor je bij een groep die competitie, status en hiërarchie belangrijk vindt, dan is je testosteron hoog. In landen of groepen waar de gelijkwaardigheid van de seksen hoog in het vaandel staat, is het gemiddelde testosteronpeil lager.

Geert Hofstede – een organisatiepsycholoog en lang de meest geciteerde Nederlander – liet in de zestiger jaren al zien hoe landen grote onderlinge culturele verschillen vertonen, bijvoorbeeld voor wat betreft masculiniteit. Zijn onderzoek was gericht op het peilen van verschillen tussen werknemers van hetzelfde bedrijf (IMB) met vestigingen in diverse landen.

Hofstede bracht de verschillen tussen feminiene en masculiene waarden in kaart door te kijken in hoeverre mensen bijvoorbeeld meer egocentrisch of meer sociaal ingesteld zijn. Of ze feiten of gevoelens belangrijk vinden. Of het gaat om wat je bent of wie je bent. Om harde of zachte waarden.

Hij wilde weten of binnen een bepaalde cultuur vrouwelijke of mannelijke waarden domineren. In een masculiene cultuur scoren zowel mannen als vrouwen masculiener dan gemiddeld. Uit een herhaling van Hofstede’s onderzoek in 1989-1990 onder Amerikaanse en Nederlandse studenten bleek bijvoorbeeld dat Amerikaanse vrouwen flink masculiener scoorden dan Nederlandse mannen. Nederland heeft volgens de gegevens van Hofstede dan ook een feminiene cultuur en de Verenigde Staten een masculiene.

Volgens Hofstede zeggen deze verschillen niet alleen iets over een organisatiecultuur, maar ook over de dominante waarden in een bepaald land. Hij onderstreepte daarbij dat het om variaties tussen landen gaat, individuen binnen een cultuur kunnen sterk van elkaar verschillen.

Als Hofstede de feminiene en masculiene waarden politiek vertaalt dan heeft hij het over de volgende trends: een prestatiemaatschappij versus een verzorgingsstaat, economische groei versus bescherming van het milieu, bewapening versus ontwikkelingssamenwerking.

Ontwikkelingshulp hangt niet samen met de rijkdom van het donorland, of met vroegere koloniale banden of huidige handelsbetrekkingen, maar met een feminien nationaal waardensysteem. Hij beschrijft feminiene culturen als toleranter en herleidt typische Nederlandse waarden als het poldermodel en de gedoogcultuur tot feminiteit. Hij onderscheidt zelfs verschillende trends in het feminisme: het mannelijk feminisme bepleit de toetreding van vrouwen tot de arbeidsmarkt en mannenbanen, het vrouwelijk feminisme een gelijke verdeling van arbeid en zorg tussen vrouwen en mannen.

In de feminiene culturen is het veel meer gebruikelijk dat mannen en vrouwen zowel op het werk als thuis de taken gelijkwaardiger verdelen. Voor beide seksen is emotionele intelligentie belangrijk. Zowel vrouwen als mannen leven mee met de gevoelens van  anderen en tonen hun eigen emoties. In masculiene culturen wordt er van mannen verwacht dat ze assertief en ambitieus zijn, terwijl vrouwen verzorgend horen te zijn.

Hofstede vond dat ook partnervoorkeuren van vrouwen en mannen sterker van elkaar verschillen in masculiene dan in feminiene landen. Hij vond een samenhang tussen een dubbele seksuele moraal en de masculiniteitsindex: in masculiene landen wordt van ongetrouwde vrouwen verwacht dat ze maagd te zijn, terwijl mannen niets ontzegd wordt. Deze dubbele moraal komt ook naar voren in foto’s en films. In masculiene culturen ligt er een groter taboe op het tonen van naakte mannen dan op vrouwen. Feminiene culturen hanteren over het algemeen dezelfde norm voor mannen en vrouwen en naaktheid wordt niet direct geassocieerd met seks.

Natuurlijk is dit allemaal scherp naast elkaar gezet en gaat het om trends, zoals Hofstede zelf ook steeds onderstreept. Toch herken ik veel in zijn typering. Door als vrouw alleen rond te reizen in Latijns-Amerika merkte ik sterk de verschillen tussen de vele landen met een machocultuur en het feminiene Guatemala of Costa Rica. Maar culturen veranderen; Guatemala is een land geworden waar veel geweld tegen vrouwen plaatsvindt. Nederland beweegt zich in masculiene richting.

Eerder schreef ik al hoe ook rituelen een sterke rol spelen in het vergroten óf verkleinen van de verschillen tussen vrouwen en mannen. Het lijkt me duidelijk dat mannen in masculiene landen hogere testosteronwaarden hebben dan mannen in feminiene landen. Maakt testosteron de man? Fysiek wel, maar psychisch heeft cultuur een grote invloed op die hoeveelheid testosteron.

Testosteron maakt de man – Bronnen

3 gedachten over “Testosteron maakt de man”

  1. boeiend om te lezen Annette.
    een heel aantal zaken die je zo uiteen rafelt, voel ik als leek wel zo’n beetje aan.
    jij benoemt ze duidelijk en dat geeft dan ook weer andere perspectieven. Een hoge testosteronspiegel bij mannen met alle gevolgen vandien, is geen onontkoombaar gegeven.

  2. ik zou niet zomaar aannemen dat het testosteronlevel van mannen uit masculiene landen hoger is dan dat van mannen uit feminiene landen. Dit is natuurlijk erg makkelijk aan te tonen door een onderzoek onder twee representatieve groepen van beide landen te doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *