Chimps van mars en bonobo’s van venus?

Mensen zijn het nauwst verwant met chimpansees en bonobo’s. We delen meer dan 98% van onze genen met deze beide mensapen. De bonobo, of dwergchimpansee, is nauwelijks te onderscheiden van de chimpansee en lang werden ze als één soort gezien. Maar bonobo’s hebben een ander sociaal leefpatroon. Bij bonobo’s vind je bijna geen geweld in de relaties tussen de seksen, tussen mannen onderling, en in de relaties tussen verschillende leefgemeenschappen.

Chimps en bonobo’s

Bonobo’s zijn een voorbeeld van vrouwenkracht, naast de mannenmacht van de chimpansees. Toch leven de bonobo’s, net zoals de chimpansees, niet in vrouwelijke verwantengroepen. Pubermeiden van beide soorten verlaten de groep om zich bij een nieuwe groep aan te sluiten. Jonge chimpansees proberen een man van de andere groep te verleiden, terwijl de jonge bonobo’s een vrouw van een nieuwe groep versieren. Bonobovrouwen vrijen dus onderling en ook de mannen doen het. Seksuele contacten in bonobo-stijl zijn opvallend los, het lijkt meer een uiting van genegenheid. Seks dient als sociaal glijmiddel. Bonobo’s lossen machtskwesties vaak op met seks, hoewel ook agressie hen niet vreemd is.

Hortense (Apenheul)

Bij bonobo’s staan de vrouwen centraal en ze hebben onderling een sterke band. Vrouwen zijn als groep dominant en treden gezamenlijk op als een van hen belaagd wordt door een mannetje. Maar niet elke vrouw is dominant over elke man, leeftijd speelt ook een belangrijke rol in de rangorde.

Bonobo’s hebben geen ingewikkelde statusrituelen of imponeergedrag. Wel hebben ze een sterke moeder-zoonbinding; de steun van de moeder is voor een man essentieel in zijn concurrentiestrijd met andere mannen.

Bij de chimpansees ziet het er heel anders uit. Problemen worden bij hen altijd met veel machtsvertoon opgelost. Ze zijn opvliegend en geweld komt vaak voor. Chimps kennen strikte rituelen van dominantie en onderwerping om de rangorde vast te stellen. Vrouwen hebben onderling weinig contact.

Hier zien we dus twee nauw verwante primatensoorten met een totaal verschillend sociaal leefpatroon en met sterke verschillen in agressie en competitie. Chimpansee mannen zijn agressief. Bonobo’s zijn eerder vredelievend, ze lossen conflicten liever op met seks dan met strijd.

Frans de Waal – de apendeskundige bij uitstek – heeft het over chimps van mars en bonobo’s van venus. Volgens hem geeft de ontdekking van de bonobo aan dat verschillen tussen vrouwen en mannen binnen onze evolutielijn kneedbaarder zijn dan eerder werd gedacht.

Hoe zit het dan met hun testosteron?

Onderzoek onder mensapen laat zien dat hun testosteronniveau samenhangt met de sociale rang en competitieve instelling. Hebben bonobovrouwen meer testosteron dan bonobomannen omdat ze hoger in de rangorde staan? In een Belgische dierentuin werd dit uitgezocht bij achttien bonobo’s. Een mannelijke bonobo bleek er echt uit te springen met zijn testosteronniveau, maar daarna volgde er een vrouw, dan twee mannen en daarna weer twee vrouwen.

Een vergelijking van de testosteronspiegel van chimpansees en bonobo’s laat zien dat vrouwelijke chimpansees het laagste testosteronniveau hebben; de vrouwelijke bonobo’s hebben ongeveer een derde meer; de mannelijke bonobo’s hebben weer een derde meer dan hun vrouwen; maar mannelijke chimpansees hebben vier keer zoveel testosteron dan mannelijke bonobo’s. Vooral de lage testosteronspiegel van de bonobomannen verklaart dus de overlap met de bonobovrouwen. Het testosteronniveau bij de bonobo’s hangt niet samen met hun plaats in de rangorde.

Wat ik opmerkelijker vind, is het grote verschil in testosteron bij mannelijke bonobo’s en chimpansees. Waarschijnlijk komt dit omdat de bonobo samenleving veel intiemer is dan die van de chimpansees: tussen moeder en zonen, vrouwen en mannen, mannen onderling en vrouwen onderling is veel meer verbondenheid en intiem contact dan bij de chimpansees. Bij intimiteit daalt het testosteron en komt er oxytocine vrij. Frans de Waal vermoedt dat de bonobo’s barsten van de oxytocine.

En hoe zit het bij andere apen?

De meeste apensoorten laten het chimpansee-patroon zien. Vooraf is op basis van testosteronwaarden niet te voorspellen welke aap de leiding zal nemen in een nieuwe groep, maar zodra dit iemand gelukt is, stijgt zijn testosteron.

Robert Sapolsky (credit Lisa Share)

Robert Sapolsky (credit Lisa Share)Maar ook hier spelen gedragspatronen een rol. Onderzoek van Robert Sapolsky onder bavianen laat zien dat de hormoonspiegels van een bavianengroep verandert als hun gewoonten veranderen. Een groep bavianen ontdekte een afvalberg bij een hotel aan de rand van hun leefgebied. Alleen de macho’s gingen er heen om de berg af te struinen, want om dit voedsel moest gevochten worden met apen van naburige groepen. Op een gegeven moment werden alle macho-apen van de groep ziek, waarschijnlijk door het eten van bedorven vlees. Ze stierven allemaal en de bavianengroep bleef achter met alleen mannen die een andere strategie hadden om een vrouw te krijgen. Zij kozen niet voor de macho-manier; liever dan andere mannen te bevechten om de macht en daarmee de toegang tot vrouwen, sluiten zij vriendschap met vrouwen. Zij blijven in de buurt van hun vriendin, vlooien haar en laten zich vlooien en spelen met haar kinderen. Bonobo-achtige bavianen dus: mannen die liever werken aan hun oxytocine dan aan hun testosteron.

In de groep heersten nu andere omgangsvormen: er werd meer gevlooid, er waren meer vriendschappen tussen mannen en vrouwen, de strijd om de macht was minder fel en er was minder stress. Ook toen deze mannen stierven, bleef dit patroon in stand. Bij bavianen verlaten de jonge mannen hun groep om een nieuwe groep te zoeken. De nieuwkomers in deze groep namen dit gedrag over, ook al omdat ze hier veel hartelijker ontvangen werden dan in andere groepen. Het is echter wel een wankele cultuur, één zeer dominant mannetje van buiten kan alles omver schoppen. 

Net zoals bij mensen beïnvloedt sociaal gedrag ook bij dieren de hormoonspiegel. Leef je in een cultuur waarin intimiteit belangrijker is dan competitie, dan is je testosteronpeil laag en krijgen andere hormonen meer kans.

Zijn deze testosteronarme dieren ongelukkiger, zoals sommigen populaire auteurs beweren (zie: Hormonen- mythen & feiten)? Als je de lustig vrijende bonobo’s ziet, krijg je niet bepaald die indruk; ze lijken zich erg thuis te voelen op venus.

Chimps van mars… – Bronnen

2 gedachten over “Chimps van mars en bonobo’s van venus?”

  1. Lieve Annette,
    boeiend om te lezen. Jane Goodall was bij college tour en daar was dit thema ook aan de orde. ik lees graag over dieren. maar brengen deze constateringen ons ook iets waar we als mensen iets mee kunnen? dat sociale context gedrag beïnvloedt is al langer duidelijk. allemaal aan de oxytocine?

    1. Lieve Clementine,
      Dank voor je reactie. Was het maar waar dat voor iedereen duidelijk is dat sociale context gedrag, maar ook de biologie beïnvloedt. Velen zien dat anders. Denk aan het succes van boeken als ‘Wij zijn ons brein’ of ‘Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus’. Gelukkig is er een kentering omdat er steeds meer onderzoek komt naar de wisselwerking tussen sociale context en genen en hormonen. Dat vind ik interessant.
      Allemaal aan de oxytocine? Het kan ook omgekeerd, en daarover gaat dit blog: een meer zorgzame samenleving zorgt voor meer oxytocine en minder testosteron en een harde samenleving heeft het omgekeerde effect (zie ook mijn eerste blog over hormonen – mythen en feiten). Bij apen, maar ook bij mensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *