De macht der vanzelfsprekendheid

Sinds ik vrijwilligerswerk doe, kom ik met andere werkverhoudingen in aanraking. Toen ik betaald werk deed, was ik vrij autonoom. Nu kom ik in allerlei patronen en spelletjes terecht, waar ik soms maar moeilijk mee uit de voeten kan.

Sinds ik over de plaatselijke geschiedenis schrijf, hoor ik soms van mensen: Daar heeft X je vast goed bij kunnen helpen. Wat niet zo is. Mensen – mannen moet ik zeggen – weten niets positiefs over mijn schrijfsels te melden, of pakken hun vergrootglas om naar fouten te speuren. Ik ben hier vast allergisch voor, maar zie ook dat vrouwen dit anders doen. Hoewel vaak gezegd wordt dat vrouwen net krabben in een mand zijn: als een er uit wil klimmen trekt een ander haar naar beneden, merk ik dat we elkaar vooral steunen om uit die mand te komen. We gunnen elkaar een mooi artikel en dragen daar zo mogelijk aan bij.

Laatst legde ik een artikel aan iemand voor met een specifieke vraag. Ik had die vraag twee keer gemaild en ook geschreven dat verder commentaar niet nodig was. Net nadat ik tevreden de laatste hand aan het artikel had gelegd, kwam zijn reactie. Ik kreeg geen antwoord op mijn vraag, maar wel een sterk ‘verbeterde’ versie van het artikel, waarbij hij al zijn stokpaardjes bereed. Eén van mijn zinnen werd in het tegendeel veranderd, omdat hij van ‘horen zeggen’ had dat dit niet klopte. En dat terwijl het over een onderwerp ging waarin ik ter zake kundig ben. Ik voelde me uit mijn eigen artikel geduwd.

Soms stel ik mannen een vraag en krijg ik vervolgens een heel college als antwoord, waarbij allerlei zijpaden bewandeld worden, ook als ik zeg dat ik die paden wel ken of niet zo interessant vind. Mannen zijn soms alleen bezig met hún verhaal.

Veel vrouwen kennen dit fenomeen, het heeft zelfs een naam: mansplaining.

Een iets ander voorbeeld – maar het gaat ook over het voorbijgaan aan het verhaal van de ander – over een serie aanvaringen met een invloedrijk persoon. Hoewel ik er letterlijk van wakker gelegen heb, blijkt er voor hem geen vuiltje aan de lucht te zijn. We zitten duidelijk in een machtsstrijd en mijn aandeel hierin is onder meer dat ik niet rustig kan kijken naar wat er speelt, maar er vol inga. Het heeft voor mij veel te veel lading, waardoor ik ook niet goed over kan brengen wat ik bedoel. Hij heeft een sticker op mijn gedrag geplakt en daarmee is de kous voor hem af.

Iedereen bekijkt de wereld vanuit zijn eigen perspectief, zegt een vriend die ik het voorval vertel. Later bedenk ik me dat dat nu juist het probleem is: mensen met macht kunnen zich veroorloven de wereld vanuit hun perspectief te zien. Dat is voor hen een vanzelfsprekendheid. Ze maken zich niet zo druk om een ander. Dat heet: cultureel kapitaal. Het is vaak geen kwade opzet; zij zijn minder gewend om zich in anderen te verplaatsen. Je moet ze bijna dwingen om iets vanuit jouw perspectief te zien en als je dat zo bozig en emotioneel doet als ik momenteel, lukt dat natuurlijk van geen meter.

Vrouwen zijn van oudsher meer gewend om zich in anderen te verplaatsen vanuit een minder machtige positie en een grotere rol in de verzorging van de kinderen. Een goede opvoeding vraagt erom dat je je inleeft in je kind.

Mijn voorbeelden spelen zich af in het man- vrouw domein en ze zijn door mijn emoties gekleurd en aangedikt. Lastig is dat het in mijn geval gaat om aardige, goedbedoelende vaak oudere mannen die zich van geen kwaad bewust zijn.

Voor gekleurde mensen speelt dit alles nog sterker. Bijvoorbeeld het zich noodgedwongen moeten inleven in de ander, de witte mens. Ik kwam het volgende citaat tegen in Het beloofde land & in Afrika van Adriaan van Dis. Het speelt in de 90er jaren in Zuid Afrika, maar het maakt goed duidelijk wat ik bedoel. Sophie heeft een stenen pop van haar ‘mevrouw’ gebroken, Adriaan lijmt het en zegt dat mevrouw het niet zal merken, dat ze dus niets hoeft te zeggen.

Nee, het moet, ze vertrouwt mij, ik vertrouw haar. De meeste witten vertrouwen ons niet. Wij zijn vreemden voor de blanken, vreemden in hun keuken, vreemden in hun huiskamer, vreemden in hun tuin. Zij weten niets van ons. Maar zij zijn geen vreemden voor mij. Ik weet precies hoe ze denken. Als ik iets breek dan vinden ze me een luie, onbetrouwbare zwarte, dat weet ik. Dus moet ik extra eerlijk zijn.

Gekleurde mensen krijgen ook te maken met whitesplaining; witte mensen die hen bijvoorbeeld uitleggen hoe ze met racisme om moeten gaan: niet zo hard, niet zo boos, dat werkt niet. Eigenlijk precies dat waarvoor ik me hierboven verontschuldig. Maar is het niet logisch dat je boos bent als je je bewust wordt van deze mechanismes die bedoeld zijn om je op je plek te houden? En moet je niet hard van leer trekken om mensen wakker te schudden? En is het zo erg dat je daarin misschien soms wat doorschiet? Moeten gekleurde mensen die de moed hebben om hun situatie aan te kaarten zo neergesabeld worden of moeten we proberen ons in hun perspectief te verplaatsen en ruimte te maken?

Nzume, A. Hallo witte mensen. Amsterdam: Amsterdam University Press B.V., 2017.

Solnit, R. Mannen leggen me altijd alles uit. Amsterdam: Podium, 2017.

4 gedachten over “De macht der vanzelfsprekendheid”

  1. Geweldig article, scherp en komt echt uit het hart. Het book van Anousha Nuzme “Hallo witte mensen” is een verplichte kost voor iedereen om een keer ” normaal” tegen elkaar te gaan doen. Dank!

  2. lieve Annette,
    je vertelde hier al over.
    nee, het is niet erg als je van kwaadheid doorschiet. het is vooral begrijpelijk. alleen, zoals je zelf ook al zegt: het werkt voor geen meter. te gemakkelijk wordt je reactie alleen maar gezien als een bevestiging van je onkunde.

    Mansplaining noem je het.
    ik denk inderdaad dat mannen vaker tot dit gedrag geneigd zijn, dat wil zeggen als het om kennis of visie gaat. ze zijn ‘man van de wereld’ dan.
    op persoonlijk vlak hebben ook vrouwen die neiging. de ‘ja, dat heb / ken ik ook’ reactie en dan met het eigen verhaal komen.
    echt luisteren is een hele kunst.

    liefs, Clementine

    1. Ja, Clementine, dat laatste herken ik wel. Daar betrap ik mezelf ook vaak op. Maar het is wel iets anders, ook slecht luisteren, maar geen betweterigheid. Het maakt de ander niet klein. Mansplaining komt van explaining en man.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *